Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4.

Artikel 2:28d

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Twenterand 2023, wijziging 2025

1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning voor een openbare inrichting geweigerd indien: de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; één van de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften. 2.. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstaan. 3.. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien: voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28e, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; of de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel