Naar hoofdinhoud
Het wettelijk kader staat in de gemeentewet en het hierop gebaseerde Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)1Met name de artikelen 186 tot en met 258 gemeentewet, die handelen over de financiën van de gemeente. Het BBV is gebaseerd op artikel 186 gemeentewet.. Voor wat betreft het terrein van deze nota is dit op hoofdlijnen als volgt samen te vatten: De raad heeft het budgetrecht. De raad besluit over de instelling en opheffing van reserves, alsmede over het toevoegen en onttrekken van bedragen aan reserves. In begroting en jaarstukken worden in de raming en verantwoording van lasten en baten de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves apart per programma tot uitdrukking gebracht. Ook het totale saldo wordt gepresenteerd voor en na verrekening met reserves. Reserves worden helder gepresenteerd op de balans en in de toelichting bij de balans wordt de ontwikkeling van de reservepositie gespecificeerd en toegelicht. De begroting en jaarstukken bevatten voorgeschreven paragrafen voor onder meer de thema’s weerstandsvermogen, financiering, grondbeleid en kapitaalgoederen. In de paragraaf weerstandsvermogen inventariseert de gemeente de weerstandscapaciteit (het vermogen om tegenvallers op te vangen) en de risico’s die hier tegenover staan en formuleert beleid hierover. De paragraaf financiering beschrijft de meerjarige ontwikkeling van de financieringsbehoefte en daaraan verbonden rente effecten. De toerekening van rente aan reserves is aan regels gebonden. Indien een gemeente kiest voor rentetoerekening over eigen financieringsmiddelen, dat is dit gemaximeerd op het niveau van de externe financieringskosten (gemiddelde extern betaalde rentepercentage) van die gemeente. Aan grondexploitaties mag uitsluitend extern betaalde rente worden toegerekend. De gemeente draagt zorg voor een structureel sluitende meerjarenbegroting met inachtneming van de inzet van reserves voor (nog) niet structureel gedekte uitgaven. Een structureel niet sluitende begroting leidt tot verscherpt financieel toezicht van Gedeputeerde Staten en eventueel nog verdergaande maatregelen (“artikel 12 traject”). Er is daarnaast geen aparte wettelijke norm voor de (minimale) omvang van het weerstandsvermogen. Investeringen worden geactiveerd tegen historische kostprijs en afgeschreven, ook als het gaat om investeringen die worden gedekt uit eenmalige middelen (bijvoorbeeld uit de algemene reserve) of uit structurele budgetten (bijvoorbeeld wegreconstructie). In dergelijke gevallen wordt met de eenmalige middelen een bestemmingsreserve dekking kapitaallasten gevormd gelijk aan de (netto-)investering. De afschrijvingslasten komen gefaseerd in de tijd ten laste van deze bestemmingsreserve. Kredieten moeten per jaarschijf worden begroot. Bij veel kredieten is sprake van een samenhangende onttrekking aan een reserve. Ook bij investeringen ten laste van reserves mogen de werkelijke uitgaven voor kredieten én de werkelijke onttrekkingen aan reserves niet meer bedragen dan voor die jaarschijf zijn vastgesteld door de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel