Integrale afweging is een belangrijke succesfactor voor een goed functionerende meerjarige budgettaire sturing. Dit vraagt discipline c.q. terughoudendheid in het beschikbaar stellen van middelen voor nieuwe ontwikkelingen via afzonderlijke voorstellen (ad hoc besluitvorming). Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar bij onvoldoende discipline worden uitzonderingen de regel.
Op korte termijn kan dat charme hebben, op langere termijn (grotere) nadelen:
Integrale afweging maakt besluitvorming mogelijk vanuit een totaalplaatje van ambities/wensen en mogelijkheden/dekking. Dat geeft zicht op de consequenties van de besluitvorming;
“Wie het eerst komt, het eerst maalt” is een valkuil bij ad hoc besluitvorming;
Cumulatie van meerdere ad hoc besluiten kan gaan optellen tot het zodanig opsouperen van de aanwezige financiële ruimte/slagkracht, dat dit een volgende ronde van integrale afweging frustreert c.q. sterker beperkt dan gedacht/beoogd;
Aansluitend op momenten van integrale afweging is het van belang om de focus te leggen op een voortvarende uitvoering van de genomen besluiten. Ad hoc besluitvorming kan hiervan afleiden en dit doorkruisen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2.1.2