Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2.3.2

Uitgangspunten/“Spelregels” Investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021

Via besluitvorming in de raadsvergaderingen van 11 november 2021 (Nota Aanvullende Voorstellen bij de begroting 2021) en 7 juli 2021 (Perspectiefnota 2022) zijn de volgende uitgangspunten c.q. spelregels vastgesteld: Het investeringsplan maatschappelijk vastgoed is een meerjarige, kaderstellende investeringsplanning. Dit plan wordt periodiek voortschrijdend geactualiseerd vastgesteld bij de behandeling van de Perspectiefnota en/of Begroting; De meerjarig beschikbare lastenbedragen worden als budgettair kader vastgesteld als onderdeel van integrale afweging bij de Perspectiefnota en/of Begroting; De daadwerkelijke kredietvotering vraagt een apart raadsbesluit, als regel via een apart collegevoorstel met een inhoudelijke en financiële onderbouwing; Gelet op rentestanden en feitelijke liquiditeitspositie van de gemeente brengen de bij eerste vaststelling opgenomen investeringen effectief geen extra rentelasten met zich mee. Dit vertaalt zich in een lagere interne rekenrente; Bij alle later opgenomen investeringen vindt een rentetoerekening plaats conform de rentetoerekening aan grondexploitaties (volgens de voorgeschreven berekening in het BBV); De gemeentelijke meerjarenbegroting kent op taakveldniveau constante prijzen. Derhalve is er geen meerjarige indexering van investeringsbedragen. Wel is er een jaarlijkse toets van de bedragen, inclusief nominale actualisering als dit nodig blijkt; Alleen kredieten voor gebouwen (“stenen”) worden geactiveerd. Tijdelijke huisvesting, voorbereidingskredieten en eerste inrichting/onderwijsleerpakket gaan via eenmalige middelen; Conform de bestaande gedragslijn is er geen toepassing van de componentenmethode bij afschrijving, tenzij er bijzondere redenen zijn om dit wel te doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gebouwen en installaties, indien de gemeente verantwoordelijk is voor de vervanging van de installaties. Waar dit het geval is wordt dit in het lastenpercentage meegenomen, waarbij een deel wordt omgezet in een dotatie aan de meerjaren onderhoudsvoorziening. Bij onderwijshuisvesting is dit niet van toepassing; De bestaande gedragslijn bij investeringen voor derden tegen kostendekkende vergoeding (rendabele investeringen) is, dat “bouwen voor (commerciële) derden” in beginsel geen taak van de gemeente is. De uitzonderingen om dit toch te doen zijn het realiseren van combigebouwen waarin (maatschappelijke) functies/voorzieningen sterk verweven zijn. De gemeente draagt hier een meerjarig risico, zoals bij eventuele toekomstige (onverhoopte) leegstand en rentestijgingen. De opgenomen posten zijn onder voorbehoud van de nader uit te werken investeringsvoorstellen en daarbij te waarborgen randvoorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel