Vanaf 2020 is een voorziening vervanging riolering ingesteld ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 44 lid 1d van de BBV) en met het oog op een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op langere termijn. Deze voorziening valt in dezelfde categorie als de reeds veel langer bestaande egalisatievoorziening riolering. Het BBV kent beide instrumenten, die allebei zijn bedoeld om bij te dragen aan een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op langere termijn. De egalisatievoorziening verevent incidentele fluctuaties tussen de jaren op het binnenkomende rioolrecht en de hieruit te dekken kosten. Bij een oplopende stand van egalisatievoorziening kunnen middelen hieruit via de voorziening vervanging riolering worden ingezet ter dekking ineens van een deel van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen zoals opgenomen in het MPP Buitenruimte. Op deze manier wordt een eventuele restruimte binnen een trendmatige, behoedzame tariefontwikkeling aangemerkt en ingezet als spaarcomponent ten behoeve van toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze herschikking heeft geen invloed op de totale omvang van de post voorzieningen en is in de jaarstukken 2020 niet als controleverschil aangemerkt.
Plafond 10% van de omzet bij egalisatievoorzieningen kostendekkende exploitaties
De stand van de egalisatievoorzieningen riolering, huishoudelijk afval en Zorgvlied mag niet het plafond van 10% van de omzet/opbrengst op respectievelijk de taakvelden riolering, afval en begraafplaats/crematorion overschrijden. Als op rekeningbasis blijkt dat het vastgestelde maximum is overschreden, wordt bij de eerstvolgende Perspectiefnota concreet voorgesteld hoe hiermee om te gaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2.4.7