Voor de zogenoemde onbenutte belastingcapaciteit is wel een algemeen gangbare kwantificering beschikbaar. Deze onbenutte belastingcapaciteit wordt bepaald door de actuele OZB opbrengst van een gemeente te vergelijken met de opbrengst van het gemiddelde in Nederland vermenigvuldigd met 1,2. Dit wordt gezien als een redelijk peil.
Gemeenten die een beroep willen doen op de artikel 12-status (extra financiële ondersteuning) moeten om daarvoor in aanmerking te komen in elk geval hun OZB-tarief op redelijk peil brengen; 1,2 maal het gemiddelde tarief voor Nederland. Daarbij geldt als randvoorwaarde dat de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend moeten zijn. Voor zover dit (nog) niet geval is wordt dit als aanvullende correctie in de berekening meegenomen.
De “onbenutte belastingcapaciteit” bedraagt voor Amstelveen afgerond € 20 miljoen op jaarbasis. Het grootste deel betreft de OZB en afgerond € 1 miljoen betreft onderdekking afvalstoffenheffing en rioolrecht. Een belangrijke bijkomende overweging is, dat een belastingverhoging een extra rekening neerlegt bij inwoners en bedrijven. Uiterste terughoudendheid in verzwaring van de lokale lastendruk is een algemeen uitgangspunt van beleid.
In de huidige constellatie, waarin Amstelveen beschikt over een sluitende meerjarenbegroting, is de onbenutte belastingcapaciteit bewust niet als dekkingsmiddel ingezet. In het licht van grote onzekerheden rond de toekomstige financiële verhouding, duurzaamheidsopgave en instandhouding fysieke infrastructuur en voorzieningenniveau op langere termijn is er nadrukkelijk voor gekozen om het laatste vangnet dat de gemeente heeft in stand te houden.
Via jaarlijkse indexering van het belastingtarief is de belastingcapaciteit een waardevaste structurele dekkingsbron en daarom technische gesproken bij uitstek geschikt voor het oplossen van structurele problemen/tegenvallers.
Artikel 3.1.1