1. Op aanvraag wordt de gedeputeerde voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon of Smartphone in bruikleen ter beschikking gesteld.
2. De gedeputeerde ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de provincie.
3. Gedeputeerde Staten stellen het model van de bruikleenovereenkomst vast.
4. Op de bezoldiging van de gedeputeerde die de mobiele telefoon of Smartphone mede gebruikt voor privé-doeleinden wordt met in achtneming van de fiscale voorschriften voor dit privé-gebruik een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen bedrag of percentage ingehouden.
Hoofdstuk
Artikel 24