Naar hoofdinhoud
1. Op aanvraag worden de gedeputeerden ten laste van de provincie voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2. Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten laste van de provincie ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid, verlenen Gedeputeerde Staten de gedeputeerde op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. 3. Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ten laste van de provincie ter beschikking is gesteld, verlenen Gedeputeerde Staten de gedeputeerde op aanvraag voor de uitoefening van het ambt een tegemoetkoming voor de aanschaf of het gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. De tegemoetkoming bedraagt per jaar 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke Gedeputeerde Staten aan de gedeputeerden in bruikleen stellen. 4. Op aanvraag ontvangt de gedeputeerde een vast bedrag ter vergoeding van de aanlegen abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. Gedeputeerde Staten stellen met in achtneming van de fiscale voorschriften de hoogte van het in de eerste volzin bedoelde bedrag van de vergoeding vast. 5. De gedeputeerde ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de provincie. Gedeputeerde Staten stellen het model van de bruikleenovereenkomst vast. 6. Gedeputeerde Staten kunnen ter uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel