**1..** Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt bij hulp in de vorm van een pgb onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
**2..** Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden als onderneming staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
**3..** Formele hulp wordt altijd geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
**4..** Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp.
**5..** Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het tweede lid, onder a of b, is sprake van informele hulp.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5
Artikel 3.13
Onderscheid formele en informele hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Amsterdam 2025