**1..** Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp enkel toe indien de zorgverlener:
voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 3.13, tweede en derde lid;
werkt op basis van een hulpverleningsplan dat is afgestemd met ouders en jeugdige;
werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking;
zich zodanig organiseert (en zich voorziet van kwalitatief goed en voldoende personeel) dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling);
voor elk van zijn medewerkers beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);
de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert;
beschikt over een klachtencommissie, of in geval van een zzp'er een duidelijke klachtenprocedure ten behoeve van de jeugdige en ouder en deze voldoende kenbaar maakt aan de jeugdige en ouder; en
een vertrouwenspersoon in de gelegenheid stelt zijn/haar taak uit te oefenen.
**2..** Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe:
voor zorg zoals genoemd in artikel 3.1, tweede lid, onder a en b en logeren niet-professioneel;
als genoegzaam wordt aangetoond waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp;
als de pgb budgethouder of diens vertegenwoordiger voldoende vaardig is voor het uitvoeren van de taken die behoren bij het persoonsgebonden budget als bedoeld in de zin van artikel 3.16;
indien de zorg wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van degene ten behoeve van wie het pgb wordt ingezet en eventuele andere vormen van hulp of zorg in het gezin; en
indien de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale criteria:
de persoon die de informele hulp verleent, beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag, zoals bedoeld in artikel 4.1.6 van de wet, voor het verlenen van veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte zorg en kan deze desgevraagd overhandigen aan het lokale team, tenzij de persoon die de informele hulp verleent de ouder is van de jeugdige;
de persoon die de informele hulp verleent werkt op basis van een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd;
de persoon die de informele hulp verleent beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden en dit kan aantonen.
**3..** De uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, is niet tevens de wettelijke vertegenwoordiger van de budgethouder noch heeft deze een financiële relatie met de budgethouder, tenzij:
dit gezien de situatie van de jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden;
de uitvoerder van de hulp en ontvanger van het budget een ouder is van de jeugdige voor wie het pgb is verstrekt.
**4..** Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die ondersteuning, conform het afwegingskader voor verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.
**5..** Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5
Artikel 3.15
Verstrekken persoonsgebonden budget formele en informele hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Amsterdam 2025