Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6

Artikel 3.17

Inhoud en geldigheidsduur besluit

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Amsterdam 2025

1.. In het besluit tot toekenning van aanvullende jeugdhulp wordt in ieder geval vastgelegd: dat er een individuele voorziening wordt verstrekt in natura; op welke hulpvragen en/of beoogde resultaten zoals verwoord in het integraal plan de individuele voorziening is gericht; in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe dit is berekend. 2.. Het besluit tot toekennen van aanvullende jeugdhulp wordt afgegeven: als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld; als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur. 3.. Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg of als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4.. Het lokale team bepaalt in overleg met de ouders en jeugdige de ingangsdatum van het besluit.

Rechtspraak bij dit artikel