Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Amsterdam 2025

1.. De Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 wordt ingetrokken. 2.. Een jeugdige of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt wordt ingetrokken, herzien (met uitzondering van de herziening naar aanleiding van het wijzigen van de tarieven zoals bedoeld in artikel 7.4 van deze verordening) of beëindigd. 3.. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4.. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze verordening in werking treedt. 5.. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 te herzien: op de gronden, vermeld in artikel 3.14 van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021; indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; indien de cliënt wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm; indien de jeugdhulpaanbieder niet langer gecontracteerd is door het college. 6.. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, terug te vorderen op de in deze verordening genoemde gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel