(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)
De consulent leerplicht besluit, namens het college van B&W, over aanvragen voor vervangende leerplicht (art. 3a en 3b Leerplichtwet).
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt controleert of er een plan van aanpak is opgemaakt dat voorziet in een begeleidingsprogramma die tenminste een beschrijving omvat van de onderwijsdoelen en de praktijktijd, opgesteld door de school van inschrijving (artikel 3a) of de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden (artikel 3b)
Als de consulent vermoedt dat sprake is van omstandigheden zoals genoemd in art. 3a en 3b. van de Leerplichtwet, voert hij, binnen 10 werkdagen, de noodzakelijke gesprekken over een aangepast onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (art. 3a) of lichte arbeid (art. 3b).
De consulent legt de afspraken die met ouders en de leerling gemaakt zijn schriftelijk vast. Daarnaast zorgt de consulent ervoor dat de afspraken in het leerlingdossier komen te staan. De consulent informeert binnen 5 werkdagen de betrokkenen bij het aangepaste programma over de gemaakte afspraken.
De consulent legt het programma zodanig uit dat ouders en jongere het begrijpen. Daarnaast zorgt de consulent ervoor dat ouders het verzoek tot toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen.
De consulent leerplicht informeert het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 9.
Vervangende leerplicht
Onderdeel van Instructie voor de consulent leerplicht van de gemeente Lochem