Naar hoofdinhoud
De bevoegdheden op grond van de hierna genoemde artikelen van de wet worden namens het bestuursorgaan uitgeoefend door de commissie: verzoeken om een schriftelijke machtiging aan gemachtigde (artikel 2:1, derde lid); stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6); bevestigen van de ontvangst van het bezwaarschrift (artikel 6:14, eerste lid); doorzenden van een bij een onbevoegd bestuursorgaan ingediend bezwaarschrift (artikel 6:15, eerste lid); toezenden van stukken aan een gemachtigde (artikel 6:17); beslissen op een verzoek om instemming met rechtstreeks beroep (artikel 7:1a) afzien van het horen (artikel 7:3) ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid); opschorten, verdagen of verder uitstellen van de beslistermijn (artikel 7:10, tweede, derde en vierde lid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel