**1.** Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom, bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994, dat in een ruimtelijk plan is bestemd voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen als norm een gemiddelde overstromingskans van 1/100 per jaar en voor het overige gebied een gemiddelde overstromingskans van 1/10 per jaar.
**2.** Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente buiten de bebouwde kom, bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994, als norm een gemiddelde overstromingskans van:
1/50 per jaar voor hoger gelegen gebied dat op de als bijlage 2 bij deze verordening behorende kaart is aangegeven;
1/10 per jaar voor het overige gebied.
**3.** Wat betreft het gebied, bedoeld in het tweede lid, geldt geen norm voor:
gebied dat is aangewezen op grond van artikel 10, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 of gebied dat voorlopig is aangewezen op grond van artikel 12, eerste lid, van die wet;
Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 1, onder n, van de Natuurbeschermingswet 1998;
gebied, voor zover niet behorend tot het onder a of b bedoelde gebied, dat op de kaart Gebieden binnen groene contouren, behorende bij het Streekplan 2005-2015 van de provincie Utrecht, als bestaande natuur is aangegeven;
gebied, voor zover niet behorend tot het onder a of b bedoelde gebied, dat op de plankaart behorende bij het Streekplan Zuid-Holland Oost als natuur is aangegeven en reeds is gerealiseerd.
**4.** Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen aangaande de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
**5.** Gedeputeerde staten stellen een technische leidraad vast voor de door het dagelijks bestuur te verrichten beoordeling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. Deze strekt tot aanbeveling voor de beheerder.
**6.** Gedeputeerde staten stellen na overleg met het dagelijks bestuur het tijdstip vast waarop de inrichting van de regionale wateren voor de eerste keer moet voldoen aan de in het eerste en tweede lid aangegeven normen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5: