De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de ontvanger de betalingsregeling bij beschikking toestaat. Als voor de belastingschuld waarvoor om uitstel van betaling wordt verzocht, al uitstel van betaling op grond van artikel 25.5.3 (nr. in koptekst van deze leidraad) is genoten, is de maximale looptijd van de betalingsregeling twaalf maanden, gerekend vanaf de datum waarop de betalingsregeling op grond van artikel 25.5.3 (nr. in koptekst van deze leidraad) is toegekend.
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan twaalf maanden.Het beleid zoals beschreven bij de berekening van de betalingscapaciteit bij betalingsregelingen tot en met [twaalf] maanden, is van overeenkomstige toepassing op een regeling die vanwege bijzondere omstandigheden langer dan [twaalf] maanden duurt.
Indien uit het verzoek om uitstel blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoende betalingscapaciteit beschikt om binnen twaalf maanden zijn schuld te betalen, dan neemt de ontvanger dat verzoek ambtshalve in behandeling als een verzoek om kwijtschelding. Bij de beoordeling daarvan neemt hij de gehele belastingschuld in beschouwing. Artikel 26.1.2 (nr. in koptekst van deze leidraad) is in deze situatie niet van toepassing indien en voor zover de belastingschuldige gebruik maakt van het daartoe ingestelde verzoekformulier voor uitstel van betaling en hij dit formulier volledig invult.
Hoofdstuk 18. › Paragraaf 18.5.
Artikel 18.5.1.
Duur betalingsregeling particulieren (25.5.1)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Gemeente Bronckhorst