**1..** Het college verleent aan de directeur mandaat tot het namens hen nemen van alle besluiten die voorvloeien uit de taken die op grond van de regeling zijn ondergebracht bij Omgevingsdienst IJsselland en zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma en/of de jaaropdracht van het jaar waarin het besluit wordt genomen.
**2..** Het mandaat bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van genomen besluiten.
**3..** De directeur oefent het mandaat niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft zoals bedoeld in artikel 2:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.
**4..** Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op:
de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
besluiten over een meervoudige aanvraag waarvan niet alle onderdelen onder de taken van Omgevingsdienst IJsselland vallen.
**5..** Als bij de uitoefening van het mandaat voor de gemeentelijke bouwtaken sprake is van een afwijking van het omgevingsplan, wordt advies gevraagd aan de gemeente Ommen en wordt dit advies ongewijzigd opgevolgd.
**6..** Het mandaat ziet enkel toe op, het beslissen op een aanvraag omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit, voor zover deze betrekking hebben op binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen zoals geldend voor 1 januari 2024 (kruimelgevallen) en gevallen genoemd in artikel 4, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024.
Artikel 3
Mandaat en uitzonderingen
Onderdeel van Mandaatbesluit Gemeente Ommen Omgevingsdienst IJsselland