Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.4

Oproep, agenda en aanvulling agenda

Onderdeel van Commissieverordening 2025

1.. De voorbereiding van de voorlopige agenda voor de vergadering van een reguliere raadscommissie vindt plaats via een agendaberaad. Na het agendaberaad stelt de voorzitter de voorlopige agenda voor een vergadering vast. 2.. De voorlopige agenda’s van de reguliere raadscommissies worden vervolgens besproken in een vergadering van de agendacommissie. Naast de taken vermeld in artikel 2.2, lid 3 van het reglement van orde, is de agendacommissie bevoegd bij de behandeling van de voorlopige agenda’s: een voorzitter voorstellen te doen tot wijziging van de voorlopige agenda of een agendapunt te behandelen in een andere raadscommissie; te beslissen dat commissiebehandeling van een voorstel achterwege kan blijven en rechtstreeks aan de raad kan worden aangeboden; te beslissen in welke raadscommissie een voorstel wordt behandeld, als onduidelijk is tot het werkterrein van welke raadscommissie het behoort; te beslissen in welke raadscommissie een voorstel wordt behandeld, als het betrekking heeft op het werkterrein van twee of meer raadscommissies; te beslissen dat een voorstel in meerdere raadscommissies wordt behandeld, waarbij elke raadscommissie alleen die onderdelen van een voorstel behandelt die tot haar werkterrein behoren; te beslissen om één of meer onderwerpen in een gecombineerde vergadering van twee of meer raadscommissies te bespreken. 3.. De griffier draagt er zorg voor, dat: de oproep van de voorzitter voor een vergadering met de voorlopige agenda en bijbehorende stukken, ten minste 7 werkdagen voorafgaand aan de dag waarop een vergadering plaatsvindt, via het raadsinformatiesysteem gepubliceerd wordt; raadsleden, lijstopvolgers en college een kennisgeving over de publicatie ontvangen. 4.. In de situatie van een extra te beleggen vergadering als bedoeld in artikel 2.1, lid 2, vindt de publicatie en de kennisgeving ten minste 2 werkdagen voorafgaand aan de dag van de vergadering plaats. 5.. Als van de stukken bij een voorlopige agenda geheime stukken deel uit maken, dan draagt de griffier er zorg voor dat die via het raadsinformatiesysteem alleen zijn in te zien door alle raadsleden en lijstopvolgers en, voor zover de geheime informatie van hen afkomstig is dan wel hen aangaat, het college. 6.. Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald kan de voorzitter, nadat de oproep met voorlopige agenda voor een vergadering is gepubliceerd, uiterlijk tot en met de dag voorafgaand aan de vergadering een aanvulling op de voorlopige agenda laten uitgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel