**1..** Op de voorlopige agenda voor een vergadering wordt als laatste agendapunt “Rondvraag” opgenomen.
**2..** Een commissielid kan uiterlijk tot 12.00 uur op de dag van de vergadering de aan het college of de burgemeester bij de rondvraag te stellen vragen bij de commissiegriffier indienen. De vragensteller zorgt er voor dat de te stellen vragen ook worden voorzien van een inleiding of toelichting.
**3..** Bij de rondvraag kunnen alleen vragen worden gesteld die ten tijde van de vergadering een actuele kwestie raken, in verband waarmee spoedige beantwoording door het college en/of de burgemeester wenselijk wordt geacht.
**4..** De voorzitter kan besluiten dat vragen niet bij de rondvraag gesteld mogen worden, omdat:
die zijn ingediend na het verstrijken van de termijn genoemd in lid 2;
die niet voldoen aan het vereiste genoemd in lid 3;
een commissielid pas bij het agendapunt “Rondvraag” kenbaar maakt vragen te willen stellen.
** 5. .** De commissiegriffier draagt er zorg voor dat de ingediende vragen zo spoedig mogelijk na ontvangst:
worden doorgeleid naar het college en/of de burgemeester en de ambtelijke ondersteuning voor het betreffende onderwerp, zodat zij zich op de beantwoording kunnen voorbereiden;
worden gedeeld met de commissieleden en ook de overige raadsleden en lijstopvolgers, tenzij de vragensteller daar bezwaar tegen maakt;
in het raadsinformatiesysteem worden toegevoegd aan het agendapunt “Rondvraag”, zodat bij dat agendapunt door eenieder kunnen worden ingezien; dit blijft achterwege als de vragensteller bezwaar heeft gemaakt tegen verspreiding van zijn vragen zoals hiervoor vermeld onder b..
**6..** De voorzitter bepaalt de behandelvolgorde van de onderwerpen waarover vragen zijn gesteld.
**7..** Alleen als de vragen niet zijn gedeeld zoals hiervoor genoemd in lid 5 onder b., wordt per onderwerp aan een vragensteller het woord verleend om zijn vragen aan het college en/of de burgemeester te stellen, en die zo nodig kort in te leiden om context aan de vragen te geven. Zijn de vragen vooraf wel gedeeld overeenkomstig lid 5 onder b., dan wordt direct met beantwoording door de portefeuillehouder begonnen.
**8..** De behandeling van vragen per vragensteller gebeurt in twee termijnen. De eerste termijn omvat het stellen van de ingediende vragen, tenzij dit op grond van lid 7 achterwege kan blijven, en de beantwoording daarvan door het college of de burgemeester. In de tweede termijn kan de vragensteller desgewenst aanvullende vragen stellen en/of kunnen de andere commissieleden desgewenst aanvullende vragen aan de vragensteller en/of het college of de burgemeester stellen. De voorzitter kan, na afstemming met de raadscommissie, het aantal termijnen voor de behandeling van vragen uitbreiden.
**9..** Tijdens de eerste spreektermijn zijn interrupties niet toegestaan.
**10..** Indien het college of de burgemeester het antwoord op (aanvullende) vragen tijdens de rondvraag schuldig moet blijven, dan krijgt de raadscommissie die het aangaat uiterlijk de week na de vergadering alsnog een schriftelijk antwoord van het college op de onbeantwoorde vragen.
**11..** Na het beschikbaar komen van het schriftelijk antwoord draagt de commissiegriffier er zorg voor dat:
de commissieleden en ook de overige raadsleden en lijstopvolgers en het college in kennis worden gesteld van het schriftelijk antwoord,
het schriftelijk antwoord in het raadsinformatiesysteem wordt toegevoegd aan het agendapunt rondvraag van de vergadering waarin de (aanvullende) vragen zijn gesteld.
**12..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2 wordt voor de behandeling van alleen de rondvraag niet tot een voortzetting van de vergadering op een uitloopavond overgegaan.