**1..** Commissieleden kunnen altijd en op elk moment schriftelijke commissievragen stellen aan het college of de burgemeester.
**2..** De commissievragen dienen:
via de e-mail te worden toegestuurd aan de griffier;
afhankelijk van wie het aangaat te worden geadresseerd aan het college of de burgemeester;
kort en duidelijk te worden geformuleerd;
van een korte inleiding of toelichting te worden voorzien;
te vermelden of schriftelijke beantwoording, of mondelinge beantwoording in de eerstvolgende vergadering, wordt verlangd.
**2..** Na ontvangst draagt de griffier er zorg voor dat de commissievragen:
worden doorgestuurd naar het college of de burgemeester, en zover bekend de ambtelijke ondersteuning voor het betreffende onderwerp;
ter informatie worden toegestuurd aan de leden van de raadscommissie die het aangaat, en ook aan alle overige raadsleden en lijstopvolgers.
**3..** Voor de schriftelijke beantwoording van commissievragen geldt het volgende.
Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen een termijn van dertig dagen, gerekend met ingang van de dag na die waarop de commissievragen door de griffier zijn doorgestuurd naar het college of de burgemeester.
Als beantwoording niet binnen de onder a. genoemde termijn kan plaatsvinden, dan wordt de raadscommissie die het aangaat hiervan in kennis gesteld door middel van een tussenbericht van het college of de burgemeester. Daarin wordt ook vermeld wat de termijn is waarbinnen schriftelijke beantwoording alsnog tegemoet gezien kan worden. Alle overige raadsleden en lijstopvolgers ontvangen een kopie van dit tussenbericht.
Een tussenbericht, en de schriftelijke beantwoording, worden geadresseerd aan de raadscommissie die het aangaat. In de schriftelijke beantwoording wordt telkens eerst de vraag vermeld en vervolgens het antwoord daarop.
De schriftelijke beantwoording van de commissievragen, of het eventueel tussenbericht, wordt na het beschikbaar komen ervan (aanvullend) op de agenda voor de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie die het aangaat geplaatst, onder het agendapunt waarbij de beantwoording van commissievragen aan de orde is.
Als alleen het tussenbericht is geagendeerd, dan kunnen commissieleden desgewenst naar aanleiding van het tussenbericht in twee termijnen verduidelijkende vragen stellen over de reden(en) van uitstel.
De behandeling van de schriftelijke beantwoording van commissievragen gebeurt in twee termijnen. In de eerste termijn kunnen commissieleden naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording aanvullende vragen stellen. In de tweede termijn kunnen commissieleden nog eens aanvullende vragen stellen naar aanleiding van de mondelinge beantwoording van de aanvullende vragen in eerste termijn.
Als het college of de burgemeester in de vergadering geen antwoord kan geven op de mondeling gestelde aanvullende vragen, dan kunnen zijn aangeven dat die vragen in de periode na de commissievergadering separaat schriftelijk zullen worden beantwoord. In dat geval geven zij ook aan binnen welke termijn de raadscommissie schriftelijke beantwoording alsnog tegemoet kan zien. Op die schriftelijke beantwoording is het bepaalde in dit lid onder d. en f. van toepassing.
**4..** Voor de mondelinge beantwoording van commissievragen in de eerstvolgende vergadering geldt het volgende.
De behandeling gebeurt in drie termijnen.
In de eerste termijn vindt de mondelinge beantwoording van de vragen plaats door het college of de burgemeester, die ook steeds eerst de vraag waarop zij antwoorden vermelden.
In de tweede en derde termijn kan de vragensteller en kunnen de overige commissieleden aanvullende vragen stellen naar aanleiding van de mondelinge beantwoording door het college of de burgemeester. De andere commissieleden kunnen dan ook (aanvullende) vragen stellen aan de vragensteller. In dat geval worden eerst de (aanvullende) vragen door de vragensteller beantwoord, waarna de beantwoording plaatsvindt van de aanvullende vragen door het college of de burgemeester.
Als het college of de burgemeester in de vergadering geen mondeling antwoord kunnen geven op de schriftelijk gestelde vragen of de mondeling gestelde aanvullende vragen, dan kunnen zij aangeven dat die vragen in de periode na de commissievergadering separaat schriftelijk zullen worden beantwoord. In dat geval geven zij ook aan binnen welke termijn de raadscommissie de schriftelijke beantwoording alsnog tegemoet kan zien.
Op de schriftelijke beantwoording is het bepaalde in lid 3 onder d. en f. van toepassing.
**5..** Het college, de burgemeester en de vragensteller mogen bij hun mondelinge beantwoording van de aan hen gestelde (aanvullende) vragen, en commissieleden bij het stellen van hun vragen, in de eerste termijn niet geïnterrumpeerd worden.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 5.1
Het stellen van commissievragen over niet-geagendeerde onderwerpen
Onderdeel van Commissieverordening 2025