Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 55

Inwerkingtreding

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

Dit reglement treedt een dag na publicatie in afdeling 3A van het Gemeenteblad in werking. Voetnoten [1] Duoraadsleden moeten op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan en worden voorgedragen door een fractie. Het maximumaantal duoraadsleden wordt door de raad bepaald. In 2006 is door de raad besloten dat er maximaal vier duoraadsleden per fractie kunnen zijn. [2] Artikel 25, lid 1: “De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.” Lid 2: “Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.” [3] Zie voetnoot 2. [4] Artikel 24 van de Gemeentewet: “In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a) de toelating van nieuw benoemde leden; b) de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; c) de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen, en d) de benoeming en het ontslag van wethouders. [5] De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. [6] Zie Gemeentewet artikel 28, lid 1 en lid 3. Lid 1: “Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over: a) een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b) de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.” Lid 3: “Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming indien het een benoeming betreft die hem persoonlijk aangaat. Dat is wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht is beperkt”. [7] Zie  de Gemeentewet, artikel 32, lid 2. [8] Zie artikel 155a van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel