**1..** Niemand voert het woord dan na het aan de voorzitter verzocht en van deze verkregen te hebben.
**2..** De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin het is gevraagd, tenzij de raad anders besluit.
**3..** Van deze volgorde kan worden afgeweken indien een lid het woord vraagt voor een persoonlijk feit of voor het indienen van een voorstel van orde. Een voorstel van orde kan zowel door de voorzitter als door een lid worden gedaan.
**4..** De voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan na een voorlopige aanduiding van dat feit. De beslissing of iets een persoonlijk feit vormt, berust bij de voorzitter.
**5..** De leden spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.
**6..** De in artikel 30, eerste lid, bedoelde personen spreken vanaf het spreekgestoelte.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 23
Het spreken in de raad
Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam