Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 50

Verslag en verantwoording

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

1.. Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld, aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende raadscommissie. 2.. Ieder lid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het opstellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.. Wanneer een lid een persoon als bedoeld in het eerste lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel