Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 30

Deelname aan de beraadslaging door anderen

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

1.. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad of van het college tijdens de raadsvergadering het woord voeren. 2.. Indien in de vergadering een onderwerp behandeld wordt waarover een bestuurscommissie een advies heeft uitgebracht op grond van artikel 28 van de Verordening op de bestuurscommissies 2013, kan op verzoek van de raad of de bestuurscommissie een lid van de  bestuurscommissie de behandeling bijwonen en het uitgebrachte advies toelichten. 3.. De raad kan over de wijze en inrichting van de toelichting door een lid van de bestuurscommissie, op voordracht van het presidium, nadere regels stellen. 4.. Bij plenaire behandeling van rapporten van de ombudsman of de Rekenkamer Amsterdam in de raad kan de voorzitter de ombudsman, respectievelijk de directeur van de Rekenkamer Amsterdam het woord verlenen. 5.. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter, gehoord het fractievoorzittersoverleg, genomen. 6.. Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel