**1..** Indien bij een stemming over
personen, ingevolge het bepaalde in artikel 36, derde lid,
loting wordt vereist, geschiedt deze loting door de leden van
het stembureau, van wie één de namen van de desbetreffende
personen elk afzonderlijk op uiterlijk niet te onderscheiden
briefjes schrijft, de tweede deze briefjes naziet en ze in
vieren gevouwen in een daartoe bestemde bus werpt, en de derde
één van de briefjes uit de bus trekt en de naam welke daarop
staat, opleest.
**2..** De voorzitter neemt daarna het
(de) overblijvende briefje(s) uit de bus en ziet dit (deze) na.
Bij het in orde bevinden is hij wiens naam het eerst uit de bus
is getrokken, benoemd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 37
Beslissing door het lot
Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam