Dit reglement treedt een dag na
publicatie in afdeling 3A van het Gemeenteblad in werking.
Voetnoten
[1] Zie verder de Verordening op de raadscommissies.
[2] Artikel 25, lid 1: “De raad kan op grond van een belang, genoemd
in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in
een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de
stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door
hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de
raad haar opheft.” Lid 2: “Op grond van een belang, genoemd in
artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding
eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad
overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.”
[3] Zie voetnoot 2.
[4] Artikel 24 van de Gemeentewet: “In een besloten vergadering kan
niet worden beraadslaagd of besloten over: a) de toelating van nieuw
benoemde leden; b) de vaststelling en wijziging van de begroting en
de vaststelling van de jaarrekening; c) de invoering, wijziging en
afschaffing van gemeentelijke belastingen, en d) de benoeming en het
ontslag van wethouders.
[5] De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad
overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in
zijn eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door
meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht,
wordt bekrachtigd.
[6] Zie Gemeentewet artikel 28, lid 1 en lid 3. Lid 1: “Een lid van
de raad neemt niet deel aan de stemming over: a) een aangelegenheid
die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij
hij als vertegenwoordiger is betrokken; b) de vaststelling of
goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig
is of tot welks bestuur hij behoort.” Lid 3: “Een lid van de raad
neemt niet deel aan de stemming indien het een benoeming betreft die
hem persoonlijk aangaat. Dat is wanneer hij behoort tot de personen
tot wie de keuze door een voordracht is beperkt”.
[7] Zie de Gemeentewet, artikel 32, lid 2.
[8] Zie artikel 155a van de Gemeentewet.