**1..** De geloofsbrieven van nieuw benoemde
leden en kandidaat-duoraadsleden worden onderzocht door een
commissie, bestaande uit de fractievoorzitters, met een maximum van
zes.
**2..** De commissie brengt na haar onderzoek
van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een
voorstel voor een besluit.
**3..** De voorzitter roept een toegelaten lid
op, in de eerste vergadering waarin hij zijn betrekking kan
aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
leggen.
**4..** De voorzitter roept een toegelaten
duoraadslid op, eenzelfde eed of verklaring en belofte als bedoeld
in het derde lid, af te leggen.
**5..** Bij de benoeming van een wethouder wordt
overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke
onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet.
De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. De
kandidaat moet aan de commissie een verklaring omtrent het gedrag,
een uittreksel uit het persoonsregister en een curriculum vitae
overleggen.
Hoofdstuk 2
Artikel 8:
Onderzoek geloofsbrieven
Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam