Naar hoofdinhoud
4.1. Een collegelid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen vertrouwelijke informatie aan derden met het oog op (mogelijke) bevoordeling en/of het creëren van een voorrangspositie van die derde(n). 4.2. Een collegelid houdt geen informatie achter, tenzij deze vertrouwelijk is en/of het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 5.1 Wet open overheid. 4.3. Een collegelid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel