Naar hoofdinhoud

Deel II

Artikel 9

Reizen buitenland

Onderdeel van Gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk 2025

9.1. Een collegelid dat het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie als collegelid een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het college. 9.2. Een collegelid dat het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, eventuele bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het reisgezelschap en de geraamde kosten. 9.3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het algemeen belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 9.4. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een collegelid is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college zoals bedoeld in artikel 9.1 betrokken. 9.5. Het anderszins meereizen van derden (van buiten de gemeentelijke organisatie) op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college zoals bedoeld in artikel 9.1 betrokken. 9.6. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het college zoals bedoeld in artikel 9.1. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van het collegelid. 9.7. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed als zij redelijk en verantwoord worden geacht door het college.

Rechtspraak bij dit artikel