** 1. .** Het college kan nadere regels stellen over het gebruik van het binnenwater en van bruggen en sluizen.
** 2. .** De regels, bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op:
de technische kenmerken van een vaartuig, waaronder de voortstuwing en het gebruik van locatiebepaling;
het geluidsniveau dat een vaartuig, of een activiteit op een vaartuig, ten hoogste mag voortbrengen;
de inrichting van een vaartuig of object en de delen die voor anderen dan de bemanning toegankelijk zijn;
de kenmerken van objecten, waaronder de afmetingen en het uiterlijk daarvan;
de kennis en vaardigheden die van een bestuurder van een vaartuig tenminste zijn vereist en documenten waaruit die kennis en vaardigheden blijken;
de toelaatbaarheid van het ter beschikking stellen van een vaartuig of object anders dan om niet zonder bemanning;
de activiteiten die aan boord van een varend vaartuig of object mogen plaatsvinden.
** 3. .** In de regels, bedoeld in het eerste lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën vaartuigen en het college kan bepalen dat de regels slechts van toepassing zijn:
in een bepaald gebied;
in een bepaald tijdvak;
op houders van een vergunning als bedoeld in artikel 2.4.1 of 2.5.1, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen houders van verschillende soorten vergunningen.
** 4. .** Toepassing van het eerste lid geschiedt in het belang van:
de leefkwaliteit, het voorkomen van overlast, het milieu of het stedelijk milieu;
de vlotte en veilige doorvaart;
de kwaliteit van de grachten als historisch erfgoed;
het voorkomen van schade aan kades, oevers, bruggen of sluizen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.1.12
Nadere regels
Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010