Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.1.12

Nadere regels

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

1. . Het college kan nadere regels stellen over het gebruik van het binnenwater en van bruggen en sluizen. 2. . De regels, bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op: de technische kenmerken van een vaartuig, waaronder de voortstuwing en het gebruik van locatiebepaling; het geluidsniveau dat een vaartuig, of een activiteit op een vaartuig, ten hoogste mag voortbrengen; de inrichting van een vaartuig of object en de delen die voor anderen dan de bemanning toegankelijk zijn; de kenmerken van objecten, waaronder de afmetingen en het uiterlijk daarvan; de kennis en vaardigheden die van een bestuurder van een vaartuig tenminste zijn vereist en documenten waaruit die kennis en vaardigheden blijken; de toelaatbaarheid van het ter beschikking stellen van een vaartuig of object anders dan om niet zonder bemanning; de activiteiten die aan boord van een varend vaartuig of object mogen plaatsvinden. 3. . In de regels, bedoeld in het eerste lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën vaartuigen en het college kan bepalen dat de regels slechts van toepassing zijn: in een bepaald gebied; in een bepaald tijdvak; op houders van een vergunning als bedoeld in artikel 2.4.1 of 2.5.1, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen houders van verschillende soorten vergunningen. 4. . Toepassing van het eerste lid geschiedt in het belang van: de leefkwaliteit, het voorkomen van overlast, het milieu of het stedelijk milieu; de vlotte en veilige doorvaart; de kwaliteit van de grachten als historisch erfgoed; het voorkomen van schade aan kades, oevers, bruggen of sluizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel