Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.1.4

Pleziervaartuigen

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

1. . Onverminderd het bepaalde in de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012 is het verboden ligplaats in te nemen met een pleziervaartuig: dat niet is voorzien van een op het vaartuig duidelijk zichtbaar aangebracht geldig en juist vignet dat voor dat vaartuig op grond van de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart van gemeentewege is verstrekt, of dat langer is dan 10 meter, op de lengte over het dek gemeten. 2. . Indien voor gebruik van het openbare water met een vaartuig op grond van de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart een recht verschuldigd is, is het verboden met dat vaartuig te varen indien het niet is voorzien van een op het vaartuig duidelijk zichtbaar aangebracht geldig en juist vignet dat voor dat vaartuig op grond van die verordening van gemeentewege is verstrekt. 3. . De eigenaar van een vaartuig verwijdert een vignet als bedoeld in het eerste of tweede lid zo spoedig mogelijk nadat de periode waarvoor het vignet is afgegeven is verstreken. 4. . Het vignet, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de bakboordzijde aangebracht op de achterzijde van het vaartuig.

Rechtspraak bij dit artikel