Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.3.6

Ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

1. . Het is verboden, zonder of in afwijking van vergunning van het college met een bedrijfsvaartuig ligplaats in te nemen. De vergunning is persoons-, ligplaats-, bedrijfs- en vaartuiggebonden. 2. . Het eerste lid is niet van toepassing: voor het innemen van een ligplaats die het college heeft aangewezen ten behoeve van een specifieke categorie bedrijfsvaartuigen; voor de benodigde duur van het aan of van boord laten gaan van passagiers dan wel voor het laden en lossen van goederen, op afmeerplaatsen die het college daarvoor heeft aangewezen; voor het innemen van een ligplaats met een passagiersvaartuig of transportvaartuig in (een) door het college aan te wijzen jachthaven(s); voor het innemen van een ligplaats door een specifieke categorie bedrijfsvaartuigen die het college heeft aangewezen. 3. . Ten aanzien van het gebruik van de onder b genoemde afmeerplaatsen kan het college nadere regels stellen. 4. . Artikel 2.3.1, tweede, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 5. . De vergunning kan alleen worden verleend indien de uit te oefenen werkzaamheden of activiteiten watergebonden zijn of wanneer het gaat om de aan- of afvoer van materialen over water en de vereiste vergunningen voor het uitoefenen van die werkzaamheden of activiteiten zijn verleend. 6. . Het college kan in afwijking van het vijfde lid vergunning verlenen: voor incidentele sociaal-culturele activiteiten die een korte periode duren, of in bijzondere gevallen. 7. . Het college kan nadere regels stellen voor het reserveren van daartoe aangewezen ligplaatsen. 8. . Het college kan, in afwijking van het vijfde lid, vergunning verlenen voor bedrijfsvaartuigen waarop niet-watergebonden werkzaamheden of activiteiten worden uitgeoefend, voor zover daar nadere regels voor zijn gesteld

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel