Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.4.1

Ligplaatsregels tankschepen

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

1.. Het is verboden ligplaats te nemen in het binnenwater met een tankschip dat is geladen met gevaarlijke of schadelijke stoffen of dat daarvan leeg is en niet is ontdaan van de restanten van die stoffen. 2.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien: het een binnentankschip betreft: 1°. dat beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, zwavelzuur of fosforzuur; of 2°. waarvan de schipper heeft zeker gesteld dat alle (overige) ruimten binnen de ladingzone inclusief de sloptanks, leeg zijn van brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 55 graden Celsius en de atmosfeer in deze tank(s) ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat en waarvan de tanks gesloten zijn; het een zeetankschip betreft dat beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, zwavelzuur of fosforzuur; of kortstondig ligplaats wordt genomen op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen of bij een bunkerstation om onmiddellijk te bunkeren; of het een ligplaats betreft die is aangeduid met een verkeersteken als ligplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen. 3.. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel