Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

In dit hoofdstuk en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: ADNR: Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn ( bijlage van het VBG); beheerder van het binnenwater: degene die door het College bij besluit als zodanig is gemandateerd; bunkeren: de overslag van bunkerolie van een tankschip naar een schip; bunkerolie: een brandbare vloeistof bestemd voor de voortstuwing en het hulpbedrijf van een schip dan wel een vloeistof bestemd voor de smering van scheepsmachines; bunkerschip: tankschip van minimaal type “N open” dat is gebouwd en ingericht voor het vervoer en de afgifte van scheepsaandrijfstoffen aan andere schepen, ongeacht het laadvermogen; diensten van de bootman: het veilig meren en ontmeren van zeeschepen; eenheid: een object dat al of niet op eigen kracht en in zijn geheel kan worden verplaatst; gasvrije atmosfeer: een mengsel van lucht en brandbare gassen waarvan de concentratie aan brandbare gassen lager is dan 20% van de onderste explosiegrens van dat gas; gevaarlijke stoffen: stoffen vermeld in de IMDG-code, of een van de andere codes van de International Maritime Organization, het Schepenbesluit en gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 lid 1b van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen; IMDG-code: International Maritime Dangerous Goods-code; inerte atmosfeer: een zodanige atmosfeer dat bij vermenging met lucht geen explosief mengsel kan ontstaan; het volumepercentage zuurstof en koolwaterstofgas moet voldoen aan de relevante SOLAS/IMO verplichtingen; inert gas: een gasmengsel dat de verbranding niet onderhoudt met een zuurstofgehalte van niet meer dan 5% (volume); havenmeester: degene die door het College bij besluit als zodanig is gemandateerd; koud werk: werkzaamheden, niet zijnde werk met vuur; ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen; oliehavengebied: een door het College als zodanig aangewezen gebied; ontvangstvoorziening: vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval en/of (restanten van) schadelijke stoffen; overige vloeibare stoffen: stoffen niet vallend onder de stoffen zoals bedoeld in artikel 3.4.6; positieve druk: een druk die tenminste 0,01 bar hoger is dan de druk van de buitenlucht; nederleggen: het opslaan van gevaarlijke stoffen, anders dan waarop de Wet milieubeheer van toepassing is; RVGZ: Regeling Vervoer Gevaarlijke stoffen met Zeeschepen; schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen niet zijnde ladingresiduen en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV en V van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Trb. 1975, 147 en 1978, 187 en 188), alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt: stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden; schoonmaken: het vrijmaken van ruimten van reststoffen en de daarvan afkomstige dampen of gassen; slops: ladingrestanten van vloeistoffen vermengd met water; sloptank: een tank die ladingrestanten van vloeistoffen, al dan niet met water vermengd, bevat; tankschip: een zee- of binnenschip, gebruikt en bestemd voor het vervoer in bulk van vloeistoffen of gassen; bb. VBG: Regeling Vervoer over de Binnenwateren van Gevaarlijke stoffen; cc. vuur: vuur, open- lichtvonkvorming of elk oppervlak met een temperatuur welke gelijk is aan of hoger dan de minimum ontstekingstemperatuur van de gassen of vloeistoffen die aanwezig kunnen zijn of, in het geval van schoongemaakte tanks of ruimten, aanwezig geweest zijn; dd. werk met vuur: werkzaamheden waarbij vuur wordt gebruikt of kan ontstaan; ee. WVVS: Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen; ff. zeeschip: een schip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vaart ter zee en dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en is voorzien van een geldig document – afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven – waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel