Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.5.1

Pleziervaartuigen

Onderdeel van Verordening op het binnenwater 2010

1.. Het is verboden in openbaar water te varen of ligplaats in te nemen met een pleziervaartuig dat niet is voorzien van een op het vaartuig duidelijk zichtbaar aangebracht geldig en juist vignet dat voor dat vaartuig op grond van de Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart van gemeentewege is verstrekt. (Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2014) 2.. Het is verboden met pleziervaartuigen die langer zijn dan tien meter, op de lengte over het dek gemeten, ligplaats in te nemen. Voor pleziervaartuigen met een maximale lengte van 12 meter waarvoor in 2013 een vignet is afgegeven, wordt een uitzondering gemaakt op deze regel. (Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2015) 3.. Het college kan van het tweede lid ontheffing verlenen. Artikel. 2.3.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.. Het college kan vaarwegen of ligplaatsen aanwijzen waar het, al of niet met enige beperking, verboden is zonder vergunning met een pleziervaartuig ligplaats in te nemen. 5.. Het college is bevoegd gebieden aan te wijzen voor en voorwaarden te stellen aan het afmeren van pleziervaartuigen.

Rechtspraak bij dit artikel