** 1. .** Het college kan een vergunning ambtshalve schorsen, intrekken of wijzigen indien:
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens of verklaringen zijn verstrekt;
op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten intrekking of wijziging nodig is vanwege een belang ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
een vergunninghouder in strijd handelt of heeft gehandeld met het gestelde bij of krachtens deze verordening, of aan de vergunning gestelde voorschriften, of handelingen verricht waarvoor krachtens deze verordening een vergunning vereist maar niet verleend is;
het vaartuig waarvoor de vergunning is verleend niet binnen een door het college vastgestelde termijn, gerekend vanaf het moment van vergunningverlening, gereed is voor gebruik en overeenkomstig de vergunning is gebouwd;
dit noodzakelijk is ter uitvoering van wettelijke, Europeesrechtelijke of andere internationale verplichtingen.
** 2. .** Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder een vergunning wijzigen in door het college te bepalen gevallen.
** 3. .** Een wijziging of intrekking als bedoeld in het eerste lid kan met terugwerkende kracht geschieden.
** 4. .** Bij de toepassing van het eerste en tweede lid kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën vergunningen.
** 5. .** Indien een vergunning wordt verleend voor een vaartuig waarvoor reeds een vergunning is verleend en waarvan de geldingsduur niet is verstreken, vervalt de eerst verleende vergunning van rechtswege op het moment van het inwerkingtreden van de later verleende vergunning.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.2.6