1.. Kosten die in aanmerking komen voor subsidie:

  • - directe loonkosten van de door een medewerker aan het project bestede uren;
  • - Een opslag voor overhead over de directe loonkosten van ten hoogste 50%;
  • - Overige aan derden verschuldigde kosten.
  • - De som van de directe loonkosten en opslag voor overhead bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten.

2.. Voor de berekening van de directe loonkosten per uur wordt uitgegaan van het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of 13e maand, de werkgeverslasten (werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet) en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen en een aantal van 1600 productieve uren per jaar bij een voltijdsaanstelling.

3.. Kosten die niet in aanmerking komen voor subsidie:

  • - door de aanvrager verrekenbare dan wel compensabele BTW;
  • - kosten die uit andere hoofde zijn of worden gedekt;
  • - kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties;
  • - legeskosten en overige kosten inzake het aanvragen en verlenen van vergunningen.
  • - Kosten van de voorbereiding van de subsidieaanvraag.

4.. Het college kan naast de in het tweede lid genoemde kosten ook andere kosten niet-subsidiabel verklaren.