**1..** De deelraad benoemt de overige
leden van het dagelijks bestuur.
**2..** Het dagelijks bestuur bestaat uit:
maximaal vier leden in een stadsdeel beneden de 60.001
inwoners;
maximaal vijf leden in een stadsdeel boven de 60.000
inwoners.
**3..** Ten aanzien van de benoeming van
de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 37 tot en
met 41 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
**4..** Alvorens hun functie te kunnen
uitoefenen, leggen de leden van het dagelijks bestuur in de
vergadering van de raad in handen van de voorzitter van het
dagelijks bestuur de eed (verklaring en belofte) af.
**5..** Een lid van het dagelijks bestuur
kan tevens lid van de deelraad zijn en omgekeerd gedurende het
tijdvak dat aanvangt op de dag van de stemming voor de
verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het
tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur
aftreden.
**6..** Een lid van het dagelijks bestuur
kan tevens lid van de deelraad zijn en omgekeerd gedurende het
tijdvak dat aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid
van het dagelijks bestuur en eindigt op het tijdstip waarop zijn
opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en
belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan
worden benoemd. Indien vaststaat dat geen opvolger in de
deelraad kan worden benoemd, wordt hij geacht ontslag te nemen
als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij
zijn benoeming als lid van het dagelijks bestuur aanvaardt. Ten
aanzien van het ontslag zijn de artikelen X2 en X6 van de
Kieswet van overeenkomstige toepassing.
**7..** Ten aanzien van het vervullen van
een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van
overeenkomstige toepassing.