Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk:
als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
indien gedurende het kalenderjaar waarvoor een boekjaarsubsidie is verstrekt aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de in de subsidieaanvraag begrote uitgaven en inkomsten en vermeldt de oorzaak van de verschillen;
over beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
bij het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling;
over het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
over relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden, waaronder:
het aangaan van kredietovereenkomsten;
het aangaan van overeenkomsten van geldlening;
het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden, of;
het aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt.
over wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon;
indien na het indienen van de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteit subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 16.
Meldingsplicht subsidieontvanger
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Terschelling 2025