Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2.5

Is er sprake van een veilige situatie?

Onderdeel van Beleidskader uitwegen gemeente Veere

Weigeringsgrond 1: “ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg” Een uitweg komt altijd op de openbare weg uit. Het verlaten of indraaien vanaf een uitweg is het begin of het eind van actief deelnemen aan het verkeer. Iedere uitweg verstoort in principe het doorgaande verkeer en vormt dan ook een potentieel conflictpunt. Om te zorgen dat het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht, wordt een aanvraag in ieder geval beoordeeld op de onderstaande vraagpunten. De beleidsmedewerker verkeer wordt betrokken bij de afweging. Wordt de uitweg niet aangesloten op een gebiedsontsluitingsweg? Is er vanuit de uitweg voldoende zicht op de openbare weg (rijbaan, fietsvoorziening, trottoir enzovoorts)? Is er vanaf de openbare weg voldoende zicht op de uitweg? Is er binnen 5 meter vanuit de uitweg geen bijzonder gevaarpunt, zoals bocht van weg, oversteekplaats, verkeersdrempel, wegversmalling, kruispunt plateau of kruising? [Zie figuur 2 en figuur 5] Is de uitweg niet gelegen tegenover een zijstraat of ter plaatse van een bushalte? Is de rijbaan zo breed dat de uitweg direct kan worden opgereden en niet gemanoeuvreerd moet worden? Is er een bruikbare parkeerplaats op eigen terrein, waarbij de beschikbare diepte op eigen terrein minimaal 6,00 meter is en de beschikbare breedte minimaal 3,00 meter is? [Zie figuur 3] Is vanaf de weg duidelijk herkenbaar dat de uitweg leidt naar een eigen terrein? Maakt de uitweg geen gebruik van een fiets- en/of voetpad, anders dan het kruisen ervan om het perceel te bereiken? [Zie figuur 6]

Rechtspraak bij dit artikel