Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Benoeming

Onderdeel van Regeling op de Erfgoedraad gemeente Kampen

De benoeming van de leden geschiedt door het college als volgt: het lid als bedoeld in artikel 4 onder a en b, wordt benoemd op voordracht van de organisatie die deze vertegenwoordigt. Vooraf vindt een gesprek plaats tussen het te benoemen lid en een vertegenwoordiging vanuit de Erfgoedraad; desgewenst kunnen de organisaties als bedoeld in artikel 4 onder a en b een plaatsvervangend lid voordragen. Ook dit plaatsvervangend lid wordt benoemd door het college; de leden als bedoeld in artikel 4 onder c en d, worden benoemd via een sollicitatieprocedure. De sollicitatiecommissie namens de Erfgoedraad doet een voorstel aan de Erfgoedraad. De Erfgoedraad doet bij meerderheid van stemmen een benoemingsvoorstel aan het college. Het college benoemt op voordracht van de leden van de Erfgoedraad uit het midden van de Erfgoedraad een voorzitter en de secretaris. De Erfgoedraad kan uit zijn midden een plaatsvervangende voorzitter en secretaris aanwijzen. De benoemingen hebben plaats voor een periode van vijf jaar. Herbenoeming voor vijf jaar kan ten hoogste éénmaal plaats vinden. Het lidmaatschap van een lid dat in een tussentijdse vacature is benoemd, eindigt op het tijdstip, waarop het lid in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden. Daarna begint het eerste termijn van vijf jaren. In afwijking van het bepaalde in het derde lid geldt voor een lid dat in een tussentijdse vacature is benoemd, dat aansluitende herbenoeming tweemaal mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel