Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Onderwijsvergunning

Onderdeel van AANWIJSBESLUIT EN UITWERKINGSBESLUIT PARKEREN APRIL 2025

1.. Een school voor openbaar toegankelijk basisonderwijs of middelbaar onderwijs komt in aanmerking voor een onderwijsvergunning, die geldig is binnen een aangewezen vergunninggebied als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De school heeft een vestiging binnen het betreffende vergunninggebied, niet gelegen in het centrumgebied; én De school, of een werknemer van de school, is eigenaar of houder van een motorvoertuig; én Bij de vestiging van de school behoort geen eigen parkeergelegenheid die, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, voorziet in de parkeerbehoefte van de vestiging en diens medewerkers. Het aantal beschikbare eigen parkeergelegenheden (POET) wordt in mindering gebracht op het maximum aantal te verstrekken parkeervergunningen genoemd onder lid 4. 2.. Als een school conform het bepaalde in het eerste lid in aanmerking komt voor een onderwijsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze vergunning verlenen als de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders toelaat. 3.. Als een school conform het bepaalde in het eerste lid in aanmerking komt voor een onderwijsvergunning en deze vergunning niet verleend wordt omdat de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet toelaat, wordt deze school op een wachtlijst geplaatst. 4.. Van de onder het eerste lid genoemde onderwijsvergunning worden maximaal 1 parkeervergunning per 3 FTE verstrekt. 5.. In afwijking van het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel kan het maximum aantal te verlenen parkeervergunningen per school worden gemaximeerd op een lager aantal dan genoemd in het vierde lid. Burgemeester en wethouders baseren in dat geval deze maximering op de voor de bewuste locatie van toepassing zijnde omstandigheden, zoals de lokale parkeerdruk.

Rechtspraak bij dit artikel