**1..** De gemeenteraad stelt jaarlijks in zijn begroting een bedrag beschikbaar ten behoeve van de uitvoering van de wettelijke milieutaken door de stadsdelen.
**2..** De verdeling van dit bedrag over de stadsdelen berust uitsluitend op de aantallen inrichtingen per stadsdeel verdeeld over de verschillende milieugroepen, zoals deze luiden op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de middelen betrekking hebben.
**3..** Ten behoeve van de verdeling wordt voor elk stadsdeel een gewicht bepaald. Dit gewicht is de som van de volgende getallen:
0,004 maal het aantal inrichtingen in milieugroep A;
0,101 maal het aantal inrichtingen in milieugroep B;
0,087 maal het aantal inrichtingen in milieugroep C;
0,122 maal het aantal inrichtingen in milieugroep D;
0,106 maal het aantal inrichtingen in milieugroep E;
0,580 maal het aantal inrichtingen in milieugroep F;
voor zover deze inrichtingen behoren tot de bevoegdheid van dat stadsdeel.
**4..** Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt in zijn geheel uitgekeerd aan de stadsdelen naar rato van het gewicht dat aan ieder stadsdeel is toegekend.
**5..** Wanneer het college besluit een aantal inrichtingen toe te voegen of te onttrekken aan het gezag van de stadsdelen, kan hij tevens besluiten of deze wijziging geheel of gedeeltelijk effect heeft op de aantallen inrichtingen in het derde lid, ongeacht of dit besluit voor, op of na de peildatum genoemd in het tweede lid genomen wordt.
**6..** Ten aanzien van de bekendmaking en de betaling van de specifieke uitkering zijn de artikelen 13 en 14, leden 1 en 2, van de Verordening op het Stadsdeelfonds van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 2
Verdeling
Onderdeel van Verordening financiële decentralisatie wettelijke milieutaken