Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening

1.. Het College kan een persoon behorende tot de doelgroep begeleiden of laten begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, bij het voortzetten van uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. Het College kan hiertoe op eigen initiatief, dan wel op verzoek van de persoon uit de doelgroep, een of meer voorzieningen aanbieden. 2.. De voorzieningen kunnen onder meer worden onderscheiden in: ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg; ondersteuning bij maatschappelijke participatie; arbeidsactivering en -toeleiding; activiteiten met behoud van uitkering; stage waaraan een stagevergoeding kan worden verbonden; gesubsidieerd werk, waaronder begrepen loonkostensubsidie; nazorg bij arbeidsinschakeling; ondersteunende instrumenten, waaronder onderzoeken door deskundigen en taal- en beroepsgerichte scholing. 3.. Het College kan ter uitvoering van dit artikel met een persoon behorende tot de doelgroep een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur aangaan als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en met betrekking tot deze persoon een detacheringsovereenkomst aangaan met derden. 4.. Het College kan een subsidie ter dekking van een deel van de arbeidskosten van de betrokken persoon verlenen aan de onderneming bij wie een persoon behorende tot de doelgroep in dienst treedt of blijft, dan wel een subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband met een persoon behorende tot de doelgroep. 5.. Het College kan voor de uitvoering van voorzieningen afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven, alsmede subsidies verstrekken. 6.. Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep, door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van een werkritme, maatschappelijke participatie, dan wel door het op andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid. 7.. Het College kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel