06-1-1Beoordelingsmatrix
Het verenigingsleven in de verschillende kernen is erg divers en dit vertaalt zich in de aard en omvang van accommodaties in de kernen. De situatie van nu is anders dan 10 jaar geleden en niet alle accommodaties zijn passend voor het huidig gebruik. Er is behoefte aan een beoordelingssystematiek om, waarbij op basis van objectieve criteria maatschappelijke voorzieningen vergeleken kunnen worden om te komen tot een evenwichtige verdeling van de middelen. Daarvoor is een matrix ontwikkeld, met de strategische thema’s als uitgangspunt, die als beoordelingssystematiek kan dienen. Daarbij is ervoor gekozen dat het geen instrument wordt om normatieve grenzen te stellen aan oppervlaktes, kosten, etc. De criteria en scores worden vastgelegd als volgt:
Opsomming van de type activiteiten die plaats vinden in het gemeenschapshuis: ontmoeting, muziek, dans, sportlessen, etc.
Bezettingsgraad, rekening houdend met aantal personen t.o.v. de capaciteit: de tijd dat de ruimtes gebruikt worden. Indien minder dan 50% van de capaciteit gebruikt wordt (bv. een zaal met een capaciteit van 100 personen waar slechts 20 personen gebruik van maken), wordt de bezettingsgraad in dat tijdvak gehalveerd.
Bezettingsgraad lager dan 30%: -2
Bezettingsgraad tussen de 30% en 40%: -1
Bezettingsgraad tussen de 40% en 50%: 0
Bezettingsgraad tussen de 50% en 60%: +1
Bezettingsgraad hoger dan 60%: +2
Omvang van de accommodatie per inwoner van de kern: totaal aantal m² van de voorziening, gedeeld door het aantal inwoners van de kern.
Omvang meer dan 50% hoger dan het gemiddelde: -2
Omvang tussen de 25% en 50% hoger dan het gemiddelde: -1
Omvang wijkt niet meer dan 25% af van het gemiddelde: 0
Omvang tussen de 25% en 50% lager dan het gemiddelde: +1
Omvang meer dan 50% lager dan het gemiddelde: +2
Differentiatie: de mate waarin de accommodatie meervoudig gebruikt wordt: is het louter een gemeenschapshuis, of zijn er ook andere structurele functies.
Monofunctioneel: -1
I.c.m. één andere functie: +1
I.c.m. meerdere functies: +2
Jaarlijkse onderhoudskosten i.r.t. de grootte: gemeentelijke onderhoudskosten volgens het meerjarenonderhoudsplan per m².
Kosten meer dan 50% hoger dan het gemiddelde: -2
Kosten tussen de 25% en 50% hoger dan het gemiddelde: -1
Kosten wijken niet meer dan 25% af van het gemiddelde: 0
Kosten tussen de 25% en 50% lager dan het gemiddelde: +1
Kosten meer dan 50% lager dan het gemiddelde: +2
De mogelijkheid om activiteiten onder te brengen in een andere accommodatie in de kern, bijvoorbeeld in een clubgebouw van een sportvereniging.
De mogelijkheid om activiteiten onder te brengen in een andere accommodatie buiten de kern, bijvoorbeeld een ander gemeenschapshuis in een naastgelegen kern.
Aanwezigheid van lokale horeca die concurrerend is aan de accommodatie.
Mogelijkheid om activiteiten onder te brengen in samenwerking met lokale horeca.
Omdat in elke kern tenminste één ontmoetingsplek aanwezig moet zijn, wordt hiervoor een knock-out criterium gehanteerd.
De totaalscore is het gemiddelde van de eerste vier scores, die elk een gelijke weging hebben. De criteria die met V / X worden beantwoord zijn een eerste verkenning van mogelijke samenwerkingen en worden dan ook niet meegenomen in de totaalscore.
Tabel 06.1: beoordelingsmatrix gemeenschapshuizen
Nb.: Bovenstaande tabel is een fictief voorbeeld, in de ontwikkeling van het uitvoerings-programma zal deze ingevuld moeten worden tot een beleidsinstrument dat de komende jaren de basis kan vormen voor beslissingen.
06-1-2Prioritering
Op basis van voorliggend beleidsdocument zal een uitvoeringsprogramma ontstaan. Daarbij zal een prioritering ontstaan voor de gemeenschapshuizen. Deze verdere invulling start niet bij nul. De afgelopen periode zijn er al eerste prioriteiten gesteld en zijn op onderdelen al investeringen afgesproken. De gemeenschapshuizen waarvoor al een voorbereidingskrediet ter beschikking is gesteld door de gemeenteraad zijn het Durpshoes in Nijswiller, het Patronaat in Epen en het Wielderhoes in de kern Wijlre.
Voor het Durpshoes zijn de plannen al ver in ontwikkeling en deze zullen in een separaat voorstel aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Ook het Wielderhoes scoort op vrijwel alle genoemde zakelijke criteria uit het nieuwe beleid positief: alleen op het vlak van multifunctionaliteit dient verbetering te worden aangebracht, in lijn met het voorgestelde beleid. Het Patronaat in Epen scoort op bezettingsgraad, omvang accommodatie en differentiatie slecht. Vanwege het feit dat het de laatste gemeenschapsvoorziening in de kern betreft, zijn investeringen in deze gemeenschapsvoorziening gerechtvaardigd. Daarbij ligt het voor de hand om in de planvorming aandacht te besteden aan de noodzaak dat er een bij de omvang van de kern passend trefpunt ontstaat.
De accommodaties die in aanmerking komen voor een volgende investeringsronde zullen worden bepaald op basis van de beoordelingsmatrix in combinatie met de eerstvolgende grote investeringen uit het MJOP. Een negatieve score in de beoordelingsmatrix rechtvaardigt geen verdere (duurzaamheids-)investeringen.
06-1-3Participatie en businesscase
Elk voornemen voor een investering in een gemeenschapsaccommodatie wordt op haalbaarheid getoetst via een participatietraject met de beheerders van het gemeenschapshuis, de gebruikers (verenigingen en andere structurele huurders) en de inwoners van de betreffende kern, waarbij de stichtingsbesturen in de lead zijn. Zij hebben immers de meeste voeling met de kern. Het format voor de beoordeling wordt ontwikkeld in het uitvoeringsprogramma. Procesondersteuning en advisering worden door de gemeente geboden. Het participatietraject heeft meerdere doelen:
Inwoners en verenigingen uitnodigen, om samen met hen te komen tot realistische, gedragen en toekomstbestendige voorzieningen in de kern (van welke omvang/ grootte dan ook).
Inwoners deelgenoot maken van de uitdagingen voor gemeente en verenigingen.
Inwoners bewust maken van de onhoudbaarheid van de huidige situatie.
Behoeftes in kaart brengen.
Bereidheid vinden om gezamenlijk (gemeente én inwoners) de schouders eronder te zetten om deze behoeftes te vervullen / om tot de invulling van een exploitabele voorziening te komen.
Randvoorwaarden in kaart te brengen. ‘wat hebben jullie (de kern) nodig.’
Lokaal eigenaarschap met de bijhorende verantwoordelijkheid is een belangrijke impuls voor een goede doorstart en haalbaarheid van een gemeenschapsvoorziening voor nu en in de toekomst. Het kan daarnaast de voedingsbodem zijn voor nieuwe initiatieven. Ook kan de verbinding worden gezocht met onderwijs- en religieus vastgoed.
Ook wordt de bereidheid verkend binnen elke kern om gezamenlijk de handschoen op te pakken en welke kennis, middelen en input van de gemeente daarvoor nodig zijn. De mogelijkheid bestaat dat er géén bereidheid is onder inwoners om mee te werken een toekomstbestendige gemeenschapsvoorziening. Dit is dan ook een indicatie dat er blijkbaar geen (grote) behoefte is aan een gemeenschapsvoorziening in de betreffende kern.
Als uit het participatietraject blijkt dat voldoende draagvlak aanwezig is, wordt in gezamenlijkheid een business case uitgewerkt volgens een template, dat in het uitvoeringsprogramma zal worden ontwikkeld. Hierin worden ook afspraken gemaakt over de eigendomsstructuur. In geval van nieuwbouw van een gemeenschapsvoorziening komt het eigendom per definitie bij de stichting te liggen. De businesscase wordt na vaststelling ter goedkeuring voorgelegd aan het college en de raad.
06-1-4Planvoorbereiding en realisatie
Na goedkeuring van deze businesscase door het college en de raad en het beschikking stellen van het benodigde krediet, wordt gestart met de planvoorbereiding en realisatie. Afhankelijk van de keuze voor renovatie of nieuwbouw en de gekozen samenwerkingsvorm, komt het bouwheerschap bij de stichting dan wel bij gemeente te liggen.