Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 06

Artikel 06-6

Handelingskader Verduurzaming

Onderdeel van Accommodatiebeleid Gulpen-Wittem

Gulpen-Wittem heeft een maatschappelijke opgave om haar vastgoed te verduurzamen. Eerste aanzetten daarvoor staan in het integrale huisvestingsplan voor primair onderwijs en intussen zijn de wettelijke voorwaarden verder verzwaard. Op de langere termijn zullen de kwaliteiten van onderwijshuisvesting en ander maatschappelijke vastgoed stapsgewijs naar het gewenste niveau groeien. Gebouwen worden na verloop van tijd technisch en financieel afgeschreven en daarna vervangen of vernieuwd (vervangende nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie). En intussen moet de gemeente maatregelen nemen om de huidige vastgoedportefeuille naar het gewenste kwaliteitsniveau brengen. Daarbij is goede samenwerking met maatschappelijke partners van belang. Het planmatig verduurzamen en verbeteren van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is een complexe opgave. Er moet rekening worden gehouden met de snelle en voortdurende verandering van de wettelijke eisen dus het te bereiken doel verandert gedurende de uitvoering. Dan kosten veranderingen veel tijd en schaarse middelen. De inzet daarvan moet steeds gewogen worden en afgezet de te bereiken doelen en de resterende gebruiksduur. Maatschappelijke gebouwen vertegenwoordigen ook een maatschappelijke waarde, zowel financieel en technisch als inhoudelijk, ze hebben inhoudelijke gebruikswaarden en een direct belang voor eigenaren, gebruikers en burgers. Gemeente en maatschappelijke partners in onderwijs, zorg, welzijn en sport worden geacht om hun vastgoed als goed huisvader te beheren. Iedere partij doet dit vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. De financiële ruimte voor verduurzaming en voor tussentijdse verbetering zijn beperkt: er komen vooralsnog geen additionele middelen vanuit het rijk beschikbaar. Dat vraagt zorgvuldigheid, waarbij in een gedragen verbeterplan keuzes steeds worden gewogen op doelmatigheid. Om tot evenwichtige keuzes te komen hanteert de gemeente Gulpen-Wittem in samenwerking met maatschappelijke partners, het volgende handelingskader: Als goed huisvader ... De gemeente Gulpen-Wittem draagt er zorg voor dat de maatschappelijke gebouwen, waar ze (mede) verantwoordelijkheid voor is als eigenaar, huurder, verhuurder of subsidieverstrekker, gedurende de (resterende) gebruiksduur minimaal voldoen aan de wettelijke voorwaarden (gebruiksvergunning, binnenklimaat, veiligheid en gebouwkwaliteit) en aan wettelijke eisen ten aanzien van circulariteit, energie- en materiaalverbruik. … met ambities rond duurzaamheid ... Gemeente heeft de ambitie om in samen met burgers, verenigingen en maatschappelijke partners haar wettelijke aandeel in de reductie van fossiel energiegebruik voor haar rekening te nemen door gerichte investeringen. Daarbij gelden als leidraad de afspraken en de ambities zoals verwoord in de verschillende sectorale routekaarten, zoals voor maatschappelijk vastgoed, onderwijs en sport. … in een transparante samenwerking ... Partijen delen vanuit Total Cost of Ownership hun plannen voor de korte, middellange en lange termijn en kiezen rol en verantwoordelijkheid overstijgende inhoudelijke en financiële samenwerking als uitgangspunt van handelen. Doel is om per relevant maatschappelijk gebouw tot een efficiënt en effectief maatregelenpakket te komen, waarbij timing, financiering en bundeling in goed overleg worden afgestemd. Als de wens tot bundeling van maatregelen leidt tot (het voornemen van) uitstel van handelen, worden de consequenties op impact voor beleid, betrokken partners en voor burgers afgewogen en transparant gecommuniceerd. … met een zakelijk oog voor beperkingen ... Beleid van de gemeente is dat niet alles kan als het gaat om het relevant maken van maatschappelijk vastgoed. Daar horen keuzes bij en een gezamenlijk (met maatschappelijke partners en burgers) streven naar efficiëntie. Waar mogelijk moet gestreefd worden naar samenwerking, gedeeld gebruik van ruimte, verhoging van bezettingsgraden door bundeling van functies en voorzieningen. … en met zicht op de eindtermijn ... Voor investeringen in gebouwen hanteren partijen een pragmatische aanpak, gericht op de resterende eindtermijn. Als een (onderhouds ) investering forse financiële consequenties voor een betrokken partner heeft, die over de afgesproken eindtermijn heen gaat, dan moet die zakelijk afgewogen kunnen worden tegen alternatieven, zoals het versnellen of juist vertragen van nieuwbouw, levensduurverlengende renovatie of het uit portefeuille halen. … investeren met verstand. Partijen wegen investeringen en verbeteringsmaatregelen in locaties zakelijk en in onderlinge samenhang af. Aanpassingen ingegeven door veranderde (wettelijke) eisen vanwege gebruik, door onderhoud of ter compensatie van energieambitie (punt 1) worden bij voorkeur gebundeld met investeringen in instandhouding. Deze gebundelde investeringen moeten binnen de eindtermijn naar redelijkheid technisch en financieel afgeschreven (kunnen) worden. Om gewenste aanpassingen op hun waarde te kunnen boordelen, worden ze in hun financiële impact (jaarlijkse kosten en baten) afgezet tegen de vastgelegde eindtermijn (punt 3). Als de afschrijving van een geplande investering daar aanleiding toe geeft dan wordt een verlenging van de eindtermijn overwogen (lees: langer of juist korter gebruik van een maatschappelijke voorziening). Dit wordt expliciet voorgelegd voor bestuurlijk besluitvorming. Waar dat aan de orde is, kan ook desinvestering, dat wil zeggen het uit de portefeuille halen van maatschappelijk vastgoed, aan de orde zijn. Maatregelen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed zijn kostbaar. Ook inhoudelijke verbeteringen voor het toevoegen van functies vragen forse investeringen. Voorstellen moeten steeds zakelijk worden afgewogen tegen andere opties, zoals bijvoorbeeld sociale aspecten. Kwaliteitsverbetering en verduurzaming zijn dan ook per definitie thema van gesprek tussen alle betrokken partijen. Het is vanuit Total Cost of Ownership van belang dat alle betrokkenen samen, met open boeken, zoeken naar de beste oplossing. Partijen kunnen zich dan ook gezamenlijk en gecoördineerd inspannen om aanvullende geldstromen beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld via subsidies of zakelijke co-investeerders, zoals daken of terreinen ter beschikking te stellen aan energiecoöperaties.

Rechtspraak bij dit artikel