Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Uitvoering van de ruiming

Onderdeel van Protocol voor ruimen van graven Land van Cuijk 2025

Als eerste wordt na afloop van de termijn van het grafrecht of gebruiksrecht de bovengrondse grafbedekking en het gedenkteken verwijderd. Dit gebeurt na één á twee jaar. Dit zal de standaard werkwijze worden, nadat de inhaalslag van het ruimen van oudere graven is afgerond. De ondergrondse ruiming vindt in de regel plaats op het moment dat het graf opnieuw wordt uitgegeven. Uitzondering hierop zijn de gedeelten van de begraafplaats, waar met de kennis van nu, voorlopig niet begraven wordt. In het kader van biodiversiteit wordt dit gedeelte aangeplant of ingezaaid met een bloemenmengsel. Deze gedeelten worden zowel bovengronds als ondergronds geruimd. Algemene graven zijn bij de gemeente in beheer. Op de meeste begraafplaatsen liggen deze graven tussen de particuliere graven. Ook hier zal als eerste het eventuele grafmonument kunnen worden verwijderd. 4.1 Verzamelwijze stoffelijke resten Verzamelgraf en afvoer restmateriaal De resten die worden aangetroffen tijdens de ondergrondse ruiming worden zorgvuldig verzameld en gescheiden in menselijke en niet-menselijke resten (resten van kist, kleding, prothesen e.d.) Menselijke resten worden in een natuurlijk verteerbare zak overgebracht naar een verzamelgraf. Op het moment dat dit graf vol is, wordt naast dit graf een nieuw verzamelgraf gecreëerd. De niet menselijke resten worden verzameld in een afgesloten container en afgevoerd naar een erkende afvalverwerker. Gebruik van lijkhoezen In het verleden werden overledenen soms in een plastic lijkhoes begraven. Het gebruik van deze plastic lijkhoezen is sinds 1998 bij wet verboden. Door deze plastic lijkhoezen heeft het verteringsproces niet op natuurlijke wijze plaatsgevonden. Het heeft geleid tot adipocire. Dit is een verzeping van vetten in het overleden lichaam als gevolg van zuurstofgebrek, waarbij de uiterlijke structuur van het lichaam grotendeels intact blijft. Deze plastic lijkhoezen bevatten meestal een zeer onaangename, sterk ruikende, vloeibare zeepachtige substantie en kunnen niet op de gebruikelijke wijze geruimd worden. Indien deze lijkzakken worden aangetroffen verdient het aanbeveling om deze graven vooralsnog ondergronds onaangeroerd te laten. Dit gegeven dient in de begraafplaatsenadministratie worden opgenomen. Mocht in de toekomst ruimtegebrek ontstaan, dan kunnen deze graven alsnog ondergronds geruimd worden door een gespecialiseerd bedrijf. Indien directe ruiming noodzakelijk is, dan dient begraving van de restanten in een ander apart in te richten verzamelgraf plaats te vinden. Invloed van grondwater De lijkvertering wordt sterk beïnvloed door de aanwezigheid van grondwater. Te hoge grondwaterstanden of hangwater voorkomen een goede vertering en bemoeilijken de ruiming. Indien de lijkvertering traag of moeilijk verloopt kan overwogen worden om die betreffende graven niet ondergronds te ruimen. Voor de heruitgifte van de graven leveren de grondwaterstanden informatie of dubbeldiep begraven conform de wet mogelijk is. De Wet op de lijkbezorging bepaalt immers dat een lijk steeds 30 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand moet worden begraven. De beheerder weet uit ervaring welke delen van de begraafplaats mogelijk grondwater-problemen hebben. Op dit moment doen zich, bij normale grondwaterstanden, bijna geen problemen voor met grondwater. Mocht dat in de toekomst toch gebeuren dan treffen we maatregelen door bijvoorbeeld drainage aan te leggen. 4.2 Herinrichting geruimde graven Het bovengronds ruimen van graven zorgt voor lege plekken die onderhouden moeten worden. Herinrichting van de lege plekken of gedeeltelijke herinrichting van de begraafplaats kan afhankelijk van de situatie overwogen worden. Belangrijke criteria bij de herinrichting zijn efficiënt onderhoud, mechanisch delven mogelijk maken of houden, biodiversiteit en ruimtelijke beleving van de begraafplaats. Bij voorkeur zaaien we de lege plekken in met graszaad, tenzij het om kleine plekken gaat die niet aansluiten bij bestaand gazon. In dat geval planten we laag blijvende bloeiende heesters en vaste planten. In een grafveld planten we steeds dezelfde soort aan, wat bijdraagt aan de ruimtelijke beleving van de begraafplaats. Grote vrijgekomen vlakken zaaien we ter bevordering van de biodiversiteit in met een bloemrijk graszaad en gaan dit extensief beheren. Na de inhaalslag van het ruimen van oudere graven per begraafplaats, zal kritisch naar de inrichting van de begraafplaats worden gekeken. Leidraad hierbij zullen de bevindingen uit het rapport van Kybys uit 2024 zijn. Inzet hierbij is meer biodiversiteit en beleving. 4.3 Onderhoudskosten De kosten voor het onderhoud van de begraafplaatsen worden uit de algemene middelen betaald. De opbrengsten van begraven dekken een gedeelte van de deze kosten. Voor het onderhoud van historische graven zijn geen middelen opgenomen. Dit zal via de reguliere begrotingscyclus worden meegenomen.

Rechtspraak bij dit artikel