Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barneveld 2025

1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanbieder: de aanbieder die niet in contractuele relatie staat met de gemeente; algemeen gebruikelijke voorziening; een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; beschermd thuis: een voorziening voor personen met complexe psychische of psychosociale problematiek die doorgaans hun hulpvraag kunnen uitstellen tot geplande momenten van begeleiding, maar wel moet kunnen terugvallen op 24/7 bereikbaarheid en/of beschikbaarheid van een hulpverlener. Beschermd Thuis kan geleverd worden in een geclusterde woonvorm of in een situatie waarin de cliënt zelfstandig woont. dagdeel: een periode van drie aaneengesloten uren; eigen bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; etmaal: een periode van vierentwintig aangesloten uren. fraude: handelen dat opzettelijk in strijd is met de regels, gericht op eigen of andermans (financieel) gewin, waaronder valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering plegen of trachten te plegen ten nadele van de gemeente en/of haar inwoners, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop men geen recht heeft of kan hebben. vangnetvoorziening: maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; hulpverlener: de persoon/medewerker van een instelling die de ondersteuning verleent. ondersteuningsvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; ondersteuningsplan: een weergave van de afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder over de doelen van de ondersteuning en de wijze waarop getracht wordt deze te bereiken; leerbaarheid: de mate waarin de cliënt in staat is, eventueel met ondersteuning, vaardigheden aan te leren, die zijn zelfredzaamheid en/of participatie verbeteren; melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; pgb-aanbieder: een derde die de cliënt heeft betrokken en waarbij hij ondersteuning inkoopt. Met de pgb-aanbieder wordt zowel de professionele aanbieder als de informele aanbieder bedoeld; pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de cliënt behartigt en de aan een pgb verbonden taken uitvoert, indien de cliënt de ondersteuning wenst te ontvangen in de vorm van een pgb. sociale basis: Het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen, die het mogelijk maakt dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert; voorliggende voorziening: een voorziening, op basis van een andere (wettelijke) regeling dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; zorg in natura (ZIN): ondersteuning die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd in het kader van de Wmo 2015; 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel