**1..** Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan de normale dagelijkse hulp die de partner en andere huisgenoten (waaronder kinderen) geacht worden elkaar te bieden, omdat ze een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Wanneer gebruikelijke hulp voorhanden is, hoeft het college geen voorziening te treffen.
**2..** Wat concreet valt onder “gebruikelijke hulp” wordt bepaald door wat naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder of het inwonend kind of de andere huisgenoot. Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht om bijvoorbeeld (niet limitatief):
het huishouden over te nemen;
mee te gaan met familiebezoek of naar de huisarts;
het brengen en halen van gezinsleden;
het doen van de administratie;
de opvoeding van en zorg voor kinderen door ouders;
activeren tot het ondernemen van activiteiten;
het gezamenlijk ondernemen van activiteiten;
ondersteunen bij de persoonlijke hygiëne;
ondersteunen bij het verkrijgen van dagstructuur.
**3..** Het college onderzoekt welke hulp in een specifieke situatie van de partner en/of huisgenoot in redelijkheid gevraagd kan worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt, maar ook met de belastbaarheid en eventuele aantoonbare beperkingen van de partner en/of huisgenoot. Er wordt onderzocht of:
de huisgenoot de hulp kan leveren;
de huisgenoot beschikbaar is:
de huisgenoot niet overbelast raakt.
**4..** Als er sprake is van (dreigende) overbelasting kan gevraagd worden deze klachten te objectiveren door het horen van de partner en/of huisgenoot en het oordeel van een (huis)arts.
**5..** Van een huisgenoot kan worden verwacht nevenactiviteiten (tijdelijk) neer te leggen, ter voorkoming van overbelasting.
**6..** Het college dient aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval onderzoek te doen naar de mogelijkheden van de cliënt om met (onder meer) gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren.
**7..** Ouders hebben de zorgplicht voor hun kinderen. Dit houdt in het zorgen voor hun geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten). Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de kinderen over.
**8..** Van kinderen mag ook verwacht worden dat zij, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning. Hierbij gelden de volgende richtlijnen:
Van kinderen tot 5 jaar kan geen eigen bijdrage worden verwacht.
Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
Van een meerderjarig gezond kind in de leeftijd van 18-23 jaar wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13
Beoordeling gebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barneveld 2025