**1..** Het college matigt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50% als een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan de houder waarbij nog geen reguliere inspectie, als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de Wet kinderopvang heeft plaatsgevonden.
**2..** Als met één feitelijke gedraging twee of meer overtredingen zijn begaan, legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.
**3..** Het college verhoogt de bestuurlijke boete met 50% van het bedrag als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, indien sprake is van is van recidive.
**4..** Indien de overtreding met opzet is begaan, dan wel sprake is van grove schuld (roekeloosheid) verhoogt het college de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, met 50% indien het OM afziet van strafvervolging of niet binnen dertien weken een reactie heeft gegeven op de aangifte bij het OM door het college.
**5..** Het college kan de boete matigen, als de aard van de overtreding, de omstandigheden waaronder deze is begaan hiertoe aanleiding geven of degene die de bestuurlijke boete opgelegd krijgt deze gelet op zijn financiële draagkracht, op het moment dat de boete wordt opgelegd, niet binnen één jaar kan aflossen. In geval van grove schuld is de aflostermijn achttien maanden en bij opzet twee jaar.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 11
Matiging of verhoging van de bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregel Wet kinderopvang Hoogeveen